Pedagogisch leiderschap in een groeiende Agora-beweging
“Deze kinderen hebben zin om hun eindexamen te maken.”
– Dat zei de ICT-medewerker van Buurtcollege Maas en Peel toen de eerste lichting leerlingen aan de examens begon. Hij werkt op meerdere scholen binnen de stichting en had dit nog niet eerder gezien.
Voor een aflevering van Meesterwerk reisde ik naar Panningen in Noord-Limburg, voor een gesprek met Mathijs Drummen.
In 2020 startte Mathijs daar Buurtcollege Maas en Peel, een middelbare school met Agora-onderwijs. Dat deed hij samen met docenten, leerlingen, ouders, het bestuur en de gemeente. Tot dan toe had de regio één grote brede scholengemeenschap. Ouders die voor hun kind iets anders zochten, moesten ver reizen.
De school als dorpsplein
Het eerste wat opvalt: de school is een ontmoetingsplek geworden. In een plattelandsgemeente waar kerk en verenigingen minder mensen samenbrengen, lopen ouders, grootouders en buurtbewoners hier gewoon binnen. Op maandagochtend maakt een ouder soep met leerlingen, en de buurt schuift aan.
It takes a village to raise a child. Maar dat gaat niet vanzelf, zegt Mathijs. De school voert een opendeurenbeleid en nodigt ouders, grootouders, bedrijven en verenigingen actief uit. Er zijn communityavonden en inspiratiesessies. Minstens dertig procent van het onderwijs vindt buiten het schoolgebouw plaats. “Pak de fiets maar eens en ga er maar eens naartoe. Kom straks terug om met ons te praten over wat je hebt geleerd.”
De naam Agora verwijst naar het marktplein in het oude Griekenland: de plek waar men handelde, besliste, elkaar ontmoette en leerde. Van een afstand kan dat chaotisch lijken, maar er zit een sterk sociaal systeem achter.
Een advies is een datapunt
Leerlingen van 12 tot 18 jaar en van alle niveaus zitten door elkaar in een unit, een soort huiskamer. Ze werken aan zelfgekozen challenges en worden begeleid door coaches, die Mathijs “de facto schoolouders” noemt. Het begint met drie vragen: wie ben je, waarom ben je zo, en wie zou je willen zijn?
Een schooladvies van de basisschool is hier “een datapunt”: informatie, geen eindoordeel. De school kijkt eerst wat een leerling uit zichzelf doet en waar zijn interesse ligt. Van daaruit wordt zijn horizon verbreed, bijvoorbeeld door techniek te koppelen aan wiskunde of aan taal. Daarna volgt de vraag waar de leerling naartoe wil. Die richting is leidend. Soms gaat de route via het mbo. Mathijs spreekt van een soort tienjarenplan.
Leerlingen doorlopen een startfase, een keuzefase en een eindfase, die eindigt met een regulier eindexamen. Behaalde kerndoelen zeggen volgens Mathijs nog niet genoeg. Hij kijkt ook naar zelfstandigheid: stapt een leerling op een docent af, kan hij zelf informatie verzamelen en filteren, vraagt hij hulp als dat niet lukt? De school verzamelt alleen de informatie die ze echt nodig heeft. Zit een leerling voor Engels al op eindniveau, dan hoeft dat niet opnieuw getoetst te worden.
Coachen naar potentie
In de podcast legt Mathijs uit hoe hij pedagogisch leiderschap opvat. Hij doet met zijn coaches wat de coaches met de leerlingen doen.
“Ik coach jou niet zoals je nu bent, maar hoe jij er over tien jaar zou kunnen zijn.”
Dat vraagt om een ander soort team. “Zo heterogeen als je leerlingen zijn, zo heterogeen moet je team zijn.” Waar homogeniteit de norm is, past een team van generalisten. Hier werken specialisten samen: mensen met ervaring met jonge en oudere kinderen, met bèta, met talen, met maatschappijvakken. Heeft Mathijs een vacature, dan zoekt hij dus niet eerst een docent Engels. Hij vraagt zich af wat voor type mens het team mist. Zo werd de plaatselijke voetbaltrainer onderwijsassistent, voor een groep jongens die niet graag stilzit.
Werkt iets niet, dan huurt Mathijs niet meteen een training in. Hij vraagt zich af wat hij als schoolleider anders moet doen.
Een ruggengraat, geen corset
Een Agora-school moet zich ook verantwoorden tegenover het bestuur, de ouders en de inspectie. De Vereniging Agora Onderwijs heeft daarom de inspectienormen in eigen taal omgeschreven, en alle docenten kennen de kerndoelen. Achter het onderwijs zit een duidelijke structuur. Mathijs noemt die “een ruggengraat, geen corset”. Bij het laatste inspectiebezoek scoorde de school voldoende op alle onderdelen, en de inspectie schreef dat onderwijs en organisatie naadloos op elkaar aansluiten.
Van start-up naar scale-up
Mathijs is ook medevoorzitter van de Vereniging Agora Onderwijs. Agora begon in 2014 in Roermond en telt nu zo’n 35 scholen, waaronder zes basisscholen, een mbo-school en een school voor praktijkonderwijs. Er komen er elk jaar vijf of zes bij, steeds vaker in het primair onderwijs.
De stap van start-up naar scale-up vraagt om stevigheid én leiderschap. Een nieuwe school is een plantje dat niet harder groeit als je eraan trekt. Het heeft een goede bodem nodig: een bestuur en gemeente die zich voor langere tijd verbinden, huisvesting die past bij het onderwijs in plaats van bij het klaslokaal, en een structuur die bijdraagt aan onderwijskwaliteit. Het is makkelijker geworden om een nieuwe school te stichten, maar veel nieuwe scholen stoppen na een paar jaar. De vereniging begeleidt initiatiefnemers daarom al in de oriëntatiefase. Nieuwe schoolleiders en coaches trekken daarna als lichting samen op tot het einde van het eerste schooljaar.
Ook de verhouding met het reguliere onderwijs is veranderd. In de beginjaren werd volgens Mathijs te vaak gezegd dat “de ander slecht is”. Hij gaf zelf jarenlang met plezier les op andere scholen. “Een goede leerkracht op een traditionele school is ook een goede Agora-coach, en vice versa.”
Leren zonder nare smaak
Aan het eind van het gesprek hebben we het over lezen. Volgens Mathijs hebben we van leren, lezen en rekenen “vieze woorden” gemaakt. Op de school is er elke dag een half uur stilte waarin ook de coaches lezen. Een coach Engels liet leerlingen bij binnenkomst kiezen tussen een button met een Nederlandse of een Engelse vlag. Een leerling die zei dat talen niets voor haar waren, koos weken lang de Nederlandse. Toen ze twijfelde, vroeg Mathijs waarom. “Ik was aan het bedenken wat er fout kon gaan, en ik kon niks bedenken.” Inmiddels heeft ze haar diploma.
“Als je niet denkt in schotten, maar vanuit een visie, dan maakt het niet uit of ik met een samenwerkingsverband, een bestuurder, een ouder of een kleuter aan tafel zit.”
In dit gesprek neemt Mathijs je mee van Agora als start-up naar Agora als scale-up, vanuit pedagogisch leiderschap.