“Meesters willen wel op een toffe school werken”
De 21e eeuw is 17 jaar bezig – nu de scholen nog
Van basisschool tot universiteit presteren jongens voor het eerst in de geschiedenis minder dan meisjes. In het speciaal onderwijs zijn jongens oververtegenwoordigd. De recente aandacht in de media hierover bracht veel discussie. Alleen aandacht vragen voor meer mannen en meer salaris is een leuk item voor het journaal maar draagt niet bij aan duurzame verandering. Het leidt eerder tot een contraproductieve seksestereotyperende discussie en daar zijn er al genoeg van. In Leiden richten we ons liever op daden dan op de discussie en onze aanpak lijkt te werken.
Emancipatie en diversiteit
Waar hebben we het over? Meisjes hebben terecht en met succes hun kansen gepakt, ze zijn geëmancipeerd. We zijn er nog niet, dat moge duidelijk zijn, maar ze staan er beter voor dan ooit. Nu zijn de jongens weer aan zet. Zijn ze echt de zielige slachtoffers van de feminisering van het onderwijs? Is er sprake van een ‘jongensprobleem’? En hoe erg is dat eigenlijk? De aandacht voor de positie van jongens in de klas lijkt in ieder geval een gedeelde zorg en de oplossing hiervoor wordt vaak gezocht bij het aantal mannen voor de klas.
Laat het duidelijk zijn: de vraag om meer mannen in het onderwijs is geen diskwalificatie van de juffen. Het is een wens van leerlingen, studenten, lerarenopleiders, leerkrachten, besturen en directeuren. Uitgebalanceerde prestaties van jongens en meisjes vragen om uitgebalanceerde onderwijsteams. Deze diversiteit binnen het onderwijspersoneel als pijler van de kwaliteit van modern onderwijs heeft politiek weinig tot geen aandacht.
Geen vrijheid, geen groei
Het Nederlandse onderwijssysteem lijkt te zijn verworden tot een verantwoordingscultuur waarin standaardisatie, protocollen en veel verantwoording (veel administratie) de professionaliteit en creativiteit van leerkrachten danig in de weg zit. Daarnaast is het basisonderwijs veelal feminien, traditioneel ingericht en zijn de doorgroeimogelijkheden uitermate beperkt. Het getuigt van een enorme drijfveer van onze studenten om alsnog voor het belangrijkste beroep in de samenleving te kiezen.
Dit alles staat haaks op de gewenste ruimte en professionaliteit van, met name mannelijke, leerkrachten. De leerkracht moet deze handelingsruimte terugkrijgen om onderwijs vorm te geven. Een leraar kan dan het onderwijs betekenisvol maken door de actualiteit te betrekken, nieuwe inzichten te gebruiken, te innoveren, om elk kind te kunnen zien in wie hij is en wat hij kan.
Vernieuwing vraagt continue aandacht
Wij weten – uit ervaring en onderzoek – waarom mannen wél in het onderwijs willen blijven: community, onderwijsvernieuwing, het benutten van talenten van de toekomstige meesters en het verhogen van de kwaliteit van de opleiding. Pabo Leiden heeft 150 mannen rondlopen en kent jaarlijks 25% mannelijke instroom. Dat is nog maar de helft van wat we willen, maar aanzienlijk meer dan het landelijke beeld laat zien.
Dit hebben we gedaan door specifieke opleidingsvarianten in te richten. Zo is er de academische pabo, een wereldklas, kunstvariant, opleiden in de school en de een sportvariant. Met name deze laatste variant trekt veel jongens. De kwaliteitsnormen voor de basisvakken gaan hiermee niet omlaag, maar de studenten krijgen handelingsruimte om gaaf onderwijs te ontwerpen. Zo zijn ze meer flexibel bij welke groepen ze stage willen lopen, leren we hen hoe ze zich leerlijnen eigen kunnen maken en hoe ze dit verantwoorden en – misschien wel het belangrijkste – hoe ze hun passie en talent optimaal kunnen inzetten. Deze differentiatie en de oprechte aandacht voor hun persoonlijke passies zorgt voor een intrinsieke, duurzame motivatie voor het beroep. Daarnaast geeft de geboden ruimte ook carrière- en specialisatiemogelijkheden. We durven te stellen dat deze aanpak werkt: onze studenten zijn gewild. Eind goed, al goed?
Durf de school weer uitdagend te maken
Zo ver zijn we helaas nog niet. De vers afgestudeerde, gemotiveerde leerkracht komt nog steeds in een traditioneel werkveld. En nogmaals, daar is dringend verandering nodig. De angst voor de eindtoets moet op basisscholen plaats maken voor een moderne, pedagogische visie, gedragen door een organisatiestructuur die past bij leerkrachten die hun kwaliteiten en carrière serieus nemen. Onderwijs van de 21e eeuw vraagt om een organisatie van de 21e eeuw. Geef handelingsruimte terug aan de leerkracht en zijn onderwijsteam en er ontstaat weer innovatieruimte bij meesters én juffen. Specialisatie, passie en talent moeten ruimte krijgen in het team. Dan krijgen we de toffe school waar meesters én juffen willen (blijven) werken.
Dit opiniestuk is geschreven door Jan Jaap Hubeek, onderwijsmanager Pabo Hogeschool Leiden & Koen de Jonge docent/onderzoeker bij Thomas More Hogeschool in Rotterdam.
©Foto: Frank Hooyinck