
Essays · 2024
Radicale rechtvaardigheid
De wereld die we nodig hebben
Nani Jansen Reventlow
Waar het over gaat
Nani Jansen Reventlow is internationaal mensenrechtenadvocaat en oprichter van Systemic Justice, een organisatie die in heel Europa via strategisch procederen opkomt voor gemarginaliseerde gemeenschappen. In Radicale rechtvaardigheid (Murrow, 2024) bundelt ze essays over racisme, economische ongelijkheid, de klimaatcrisis en technologie. Haar stelling is dat deze crises niet los van elkaar staan. Ze rusten op dezelfde fundamenten. En dus is bijsturen niet genoeg.
Voor wie met onderwijs bezig is, is vooral haar analyse van technologie scherp. Apps, algoritmen en digitale diensten weerspiegelen de keuzes van wie ze maakt. Technologie reproduceert de machtsstructuren in de samenleving en versterkt ze. De voordelen vloeien naar de bevoorrechte enkeling, de nadelen vallen de rest ten deel. Nieuwe systemen worden bovendien vaak eerst uitgeprobeerd op de meest kwetsbare groepen. Wie denkt dat dit een Amerikaans verhaal is, hoeft alleen aan de toeslagenaffaire te denken.
Jansen Reventlow laat het niet bij kritiek. Ze pleit voor interdisciplinair ontwerp, met mensen aan tafel die de gevolgen van systemen zelf ondervinden. Voor een mensenrechtentoets vóórdat technologie wordt ingevoerd, zodat risico’s niet pas zichtbaar worden als het kwaad al is geschied. Voor transparantie en publieke verantwoording. En uiteindelijk voor een andere keuze: gemeenschap in plaats van overheersing, solidariteit in plaats van individualisme.
“De oplossingen waar wetgevers en beleidsmakers momenteel mee komen proberen een gebroken systeem bij te schaven om de rotzooi op te ruimen die datzelfde systeem heeft gecreëerd.”
Nani Jansen Reventlow, Radicale rechtvaardigheid (2024)
Wat het betekent voor de pedagogiek
De mechanismen die Jansen Reventlow beschrijft in rechtshandhaving, zorg en sociale zekerheid zitten ook in de school. Ze zijn daar alleen minder zichtbaar.
Een leraar met vooroordelen kun je aanspreken. Die kan reflecteren, veranderen, leren. Maar een algoritme? Wie durft te zeggen dat de computer het mis heeft? Het gevaarlijkste aan bias is niet dat ze bestaat, maar dat ze zich verschuilt achter een masker van objectiviteit. Het systeem zegt niet dat een kind het niet kan vanwege zijn achtergrond. Het zegt dat er op basis van vijftigduizend datapunten een kans van 73 procent op uitval is. Het klinkt wetenschappelijk. Het wordt daardoor onweerlegbaar.
Systemen die uitvalrisico voorspellen, werken met postcode, gezinssamenstelling, thuistaal en sociaaleconomische status. De CBS-onderwijsscore categoriseert kinderen op het opleidingsniveau van hun ouders en hun herkomst, met de goede bedoeling om middelen eerlijker te verdelen. Toetsexpert Karin Heij laat zien dat de doorstroomtoets een sociaal gesitueerd instrument is dat bestaande verschillen bevestigt. Een kind uit Nieuw-West kan zo een ander advies krijgen dan een kind uit Oud-Zuid, niet omdat hun capaciteiten verschillen, maar omdat het systeem heeft geleerd wat kinderen met dat profiel meestal kunnen. Het systeem discrimineert niet actief. Het volgt standaardinstellingen die gebaseerd zijn op patronen van uitsluiting.
Jansen Reventlow schrijft dat de oplossingen van wetgevers en beleidsmakers een gebroken systeem proberen bij te schaven om de rotzooi op te ruimen die datzelfde systeem heeft gecreëerd. Dat herkennen we in het onderwijs. Een dashboard dat uitval voorspelt, vertelt niet waarom kinderen uitvallen. Een adaptief platform dat een kind een lagere leerroute geeft, vraagt niet waarom dat kind achterloopt. Het risico is dat technologie de kanarie in de kolenmijn het zwijgen oplegt: de signalen die laten zien dat er iets structureel mis is, worden weggewerkt in plaats van gehoord.
Jansen Reventlow vraagt niet om betere systemen, maar om een andere verdeling van macht. Technologie moet niet óver mensen worden uitgerold, maar mét mensen worden ontworpen. Juist met de gemeenschappen die er het eerst door worden geraakt. Voor de school betekent dat een ongemakkelijke vraag. Wie beslist welke systemen het klaslokaal binnenkomen? Meestal zijn dat bestuurders, ICT-afdelingen en leveranciers. Leerlingen en ouders, de mensen om wie het gaat, worden zelden gevraagd. En als nieuwe technologie volgens Eubanks en Alston eerst wordt uitgeprobeerd op wie het kwetsbaarst is, welke leerlingen zijn dan de proeftuin?
Ze waarschuwt ook voor bedrijven die zich presenteren als inclusief en rechtvaardig, terwijl hun systemen uitsluiting in stand houden. Die taal kent het onderwijs ook. Software belooft maatwerk, gelijke kansen en dat geen talent verloren gaat. Jansen Reventlow leert kijken naar wat een systeem doet, niet naar wat het belooft. Haar slotsom is dat rechtvaardigheid vraagt om het delen van eigendom en controle met mensen die anders zijn dan wij, en om erkenning van ons gelijke recht om er te zijn. Dat is ook een pedagogische uitspraak. Een kind hoeft zijn plek in de klas niet te verdienen. Het heeft die plek.
Pedagogische relevantie
Waarom het ertoe doet
Scholen kiezen dagelijks voor systemen: leerlingvolgsystemen, adaptieve platforms, AI-toepassingen, toetsen. Die keuzes worden meestal gemaakt op gebruiksgemak, prijs en opbrengst. Zelden op de vraag wie er door een systeem zichtbaar wordt en wie onzichtbaar blijft. Radicale rechtvaardigheid geeft taal om die vraag wel te stellen. Het boek laat zien dat technologie nooit neutraal is en dat ontwerpkeuzes geen technische maar politieke keuzes zijn. Ze bepalen wiens gedrag als normaal geldt en wiens gedrag als afwijkend.
Voor wie
Voor leraren die merken dat het oordeel van een systeem zwaarder gaat wegen dan hun eigen kennis van een kind. Voor schoolleiders en bestuurders die beslissen over de inkoop van software en data-infrastructuur. Voor lerarenopleiders die studenten willen leren kijken naar wat een systeem met hun blik doet. En voor iedereen die burgerschapsonderwijs geeft en zoekt naar een actueel en concreet onderwerp.
Welke vragen roept het op?
- Wie zit er aan tafel als onze school een volgsysteem of AI-toepassing kiest? En wie niet?
- Welke gegevens voeden de systemen die wij gebruiken? Zeggen die iets over wat een kind kan, of vooral over waar het vandaan komt?
- Wanneer hebben wij voor het laatst een uitkomst van een systeem tegengesproken?
- Welke leerlingen worden in onze school het meest gemonitord? En welke leerlingen mogen fouten maken zonder dat die worden vastgelegd?
- Schaven wij bij, of vragen we ook wat het systeem zelf veroorzaakt?
- Wat verandert er als we onderwijs zien als een recht in plaats van als een kans?
Wat kunnen we ermee in ons onderwijs?
Toets vóór de invoering, niet achteraf. Jansen Reventlow noemt de Human Rights Impact Assessment. Een school kan dat doen langs de lemniscaat: waartoe willen we dit systeem, wat legt het vast en wie wordt zichtbaar, en wat doet het met de blik van de leraar op het kind?
Haal de mensen aan tafel die het raakt. Naast ICT en leveranciers ook leraren, ouders en leerlingen, juist uit de wijken waar de voorspellingen het somberst uitvallen.
Maak tegenspreken normaal. Laat adviezen uit data bespreken door mensen die het kind kennen, en leg vast wanneer en waarom de leraar afwijkt. Dat is aandacht en vertraging in de praktijk.
Maak algoritmen tot lesstof. Laat leerlingen onderzoeken welke keuzes in een systeem zitten. Joy Buolamwini werd door gezichtsherkenningssoftware pas herkend toen ze een wit masker droeg. Dat ene voorbeeld opent een gesprek over data, macht en wie er meetelt. Burgerschap dat ergens over gaat.
Wees transparant. Openheid en publieke verantwoording zijn volgens Jansen Reventlow het democratische fundament van technologie. Vertel ouders en leerlingen welke systemen de school gebruikt, wat erin wordt vastgelegd en wie verantwoordelijk is voor de beslissingen.
Verder lezen en luisteren
Benjamin, R. (2019). Race after technology: Abolitionist tools for the New Jim Code. Polity.
Eubanks, V. (2018). Automating inequality: How high-tech tools profile, police, and punish the poor. St. Martin’s Press.
Hubeek, J. J. (2026). Mens blijven tussen systemen. Telos.
O’Neil, C. (2016). Weapons of math destruction: How big data increases inequality and threatens democracy. Crown.
Kunststof: Nani Jansen Reventlow, mensenrechtenadvocaat [Podcastaflevering]. NTR.
Gegevens
| Titel | Radicale rechtvaardigheid: De wereld die we nodig hebben |
| Auteur | Nani Jansen Reventlow |
| Uitgever | Murrow |
| Jaar | 2024 |
| Pagina’s | 208 |
| ISBN | 9789048874095 |
| APA 7 | Jansen Reventlow, N. (2024). Radicale rechtvaardigheid: De wereld die we nodig hebben. Murrow. |
Thema's
Over hetzelfde thema
Pedagogische Bronnen
Quaco: het slavernijverleden door de ogen van een kind.
Pedagogische Bronnen
Reize naar Surinamen – John Stedman
Bronnen








